De geschiedenis

De geschiedenis

Het Hilgenhuuske, veldkapel, heiligenhuisje


Eeuwen geleden stond in Lonneker op de Lonnekeres aan de zogeheten Dodenstag (dodendijken of lijkwegen) een Hilgenhuuske met een beeld van Jacobus.  Hoe zijn deze Heiligenhuisjes ontstaan? 

Tijdens de Concilie van Paderborn in de 13e eeuw is besloten om op de oude offerplekken van de Saksen kapelletjes te plaatsen. De vroegere bewoners van deze regio geloofden vast in hun natuurgoden en bleven daar ook heel trouw aan. Zij werden door de Christenen heidenen genoemd. Deze mensen moesten bij komst van het Christendom in de tijd van Karel de Grote van de ene op de andere dag het Christendom aannemen. Het laat zich raden dat deze mensen nog regelmatig naar de oude offerplaatsen gingen. Ook de Christelijke leiders konden dat niet beletten, en daarom is besloten op of dichtbij deze offerplaatsen en heilige bomen, kapelletjes te bouwen en een heiligenbeeld of kruis te plaatsen, om zo aan deze plek een Christelijk tintje te geven. Het Hilgenhuuske op de Lonnekeres is bij de bouw van de eerste kerk in Lonneker in 1820 in vergetelheid geraakt en vervolgens gesloopt, waar het bijbehorende beeld van Jacobus is gebleven is niet bekend.


 

Jakobus de Meerdere

 

Jacobus de Meerdere was één van de twaalf apostelen; de kring van Jezus' meest intieme leerlingen .Met Petrus en Johannes maakte Jacobus deel uit van het groepje van drie apostelen die getuige waren van een aantal grote momenten uit Jezus' leven. Volgens de Handelingen van de apostelen werd Jacobus op last van koning Herodus met het zwaard onthoofd. Dat moet omstreeks het jaar 44 gebeurd zijn. Twee vrienden van Jacobus zijn s'nachts met het onthoofde lichaam van Jacobus naar de kust gevlucht. In zeven dagen werden  ze met een schip zonder zeilen door een engel  naar de Noordwestkust van Spanje gebracht. Ze legden Jacobus op een grote steen, deze sloot zich meteen om het lichaam heen, zodat Jacobus daar in een passende sarcofaag lag. Jaren lag Jacobus daar in een vergeten graf. 

In de 8e eeuw kreeg keizer Karel de Grote in een visioen, een weg van sterren aan de hemel te zien, die begon bij de Friese Zee (nu bekend als Noordzee) en over heel Europa buigend naar Noordwest Spanje. Toen verscheen hem tot 3x toe een held die Jacobus bleek te zijn. Karel moest het graf van Jacobus ontzetten en het met een bezoek vereren. Karel en zijn medestanders gingen op weg op het aangewezen pad van sterren en stuitten op een kapelletje. Op een stuk papyrus stond geschreven dat hier de apostel Jacobus begraven lag. Niet lang daarna werd Jacobus tot patroon en beschermheilige van heel Spanje uitgeroepen.

Jacobus wordt afgebeeld als pelgrim: lange mantel,breedgerande hoed,staf,reistas,drinkfles. Op zijn hoed en op zij borst is de pelgrimsschelp te zien. Deze Jacobsschelpen werden door de pelgrims aangetroffen op het strand bij Santiago en als souvenirs meegenomen. Deze werden dan op de hoed of mantel genaaid en stonden symbool voor mensen onderweg. Wie in de middeleeuwen dergelijke schelpen droegen, stonden onder de persoonlijke bescherming van Sint Jacobus en waren haast onschendbaar.

 Door de toestroom van pelgrims ontstond er een stadje rond de kerk. Santiago de Compostella (veld van de ster). De naam Sant- lago (Spaans Sint Jacobus). Dit gebeurde rond het jaar 800. 

Inmiddels is het stadje een groot bedevaartsoord geworden. Vele duizenden ondernemen jaarlijks de tocht naar Compostella. 

De pelgrimsroute

 

Karel de Grote wordt volgens de volksoverlevering de grondlegger van de pelgrimsweg naar Santiago de Compostella genoemd. Behalve zijn spirituele betekenis bezit de, tot erfgoed van het mensdom verklaarde, pelgrimsweg nog andere historische waarden waaronder wordt gerekend dat het de ruggengraat is geweest van deze culturele eenheid. De pelgrimsroute nam Zweden,Polen,Nederland,Ierland,Groot-Brittannië en Turkije als uitgangspunten; alle aftakkingen verenigingen zich in Frankrijk om zich daarvandaan in één enige stroom naar Galicië te begeven.


De jakobsschelp als symbool


Het symbool dat over alle grenzen heen wordt gebruikt is dat van de Jakobsschelp en dan wel in de vorm van de Jakobsster, een gestileerde schelp in blauw met gele strepen. De stralen van de ster symboliseren de routes door Europa, die vanuit elf richtingen samenkomen in het meest westelijke, twaalfde punt. Dit centrum is het einddoel Santiago de Compostella, dat op heel Europa terugstraalt. De bundeling van de stralen dient als richtingaanwijzer. Ook een witte jakobsschelp op een blauw fond wijst naar Compostella. Want steeds meer pelgrims beginnen in eigen land of streek hun bedevaart naar Santiago. In alle grotere steden van Europa wijzen de Jacobssterren de richting van de stad Compostella aan. De route  wordt in het Spaans de Camino-de-Compostella genoemd.  


Sint Jacobus is patroon van pelgrims,bedevaartgangers,reizigers en mensen onderweg.


Contact

info@hilgenhuuske.nl

Lonnekereseweg 45, 7524 RH, Enschede